Geneesmiddelen

Antroposofische geneesmiddelen helpen de patiënt om een ziekte zo door te maken dat hij of zij zich na het genezingsproces werkelijk beter voelt. Antroposofische geneesmiddelen onderdrukken dus geen symptomen.

Verkrijgbaarheid antroposofische geneesmiddelen

De meeste antroposofische geneesmiddelen zijn uitsluitend op doktersvoorschrift en dus via de apotheek verkrijgbaar. Antroposofische zelfzorgmiddelen voor in de huisapotheek kunt u zonder recept kopen bij apotheek of drogist.

Vergoeding antroposofische geneesmiddelen

Veel zorgverzekeraars vergoeden (een deel van de) medicijnen die in Nederland op de markt zijn. Hiervoor moet u wel een aanvullende verzekering hebben. Medicijnen die in Nederland gewoon in de handverkoop verkrijgbaar zijn, worden meestal niet vergoed, ook niet op recept. Medicijnen die u zelf in Duitsland koopt, worden slechts door enkele verzekeraars vergoed.

Achtergrond en bereiding

De processen die zich in mens en natuur afspelen, zijn van groot belang voor de antroposofische geneeskunde en de antroposofische geneesmiddelen. De mens is een afspiegeling in het klein van wat zich in de gehele kosmos afspeelt. Antroposofische medicijnen hebben een minerale, plantaardige of dierlijke oorsprong. Ze werden ontwikkeld door Rudolf Steiner in samenwerking met een aantal artsen en apothekers.

Steiner liet zien dat je een plant (of mineraal, of dier) grondig moet bestuderen om te ontdekken of en op welke manier zij als geneesmiddel zou kunnen dienen. Hoe ziet een plant eruit, hoe groeit en bloeit hij? In welke omgeving? Wat is zijn chemische samenstelling? Welke processen komen in de plant tot uitdrukking? Het antwoord op zulke vragen levert een beeld op van de verborgen kwaliteit en werkzaamheid van de plant.

Steiner bouwde onder andere voort op een idee van Samuel Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, het principe similia similibus curentur, ofwel het gelijke wordt door het gelijksoortige genezen. Hahnemann zag bijvoorbeeld dat de inname van kinine leidde tot symptomen die sterk leken op een malaria-aanval. Dit bracht hem op het idee om gepotentieerde kinine als geneesmiddel te gebruiken.

Bereiding

De bereidingswijze maakt een geneesmiddel geschikt voor een bepaalde aandoening of een bepaald lichaamsgebied. Mogelijke bereidingswijzen zijn koken, roosteren verkolen en potentiëren.

De techniek van het potentiëren werd ontwikkeld door Hahnemann die ontdekte dat de werking van een geneesmiddel bij verdunning niet afneemt, maar juist toeneemt. Stapsgewijs verdunnen, ofwel potentiëren, versterkt de werkzaamheid.

Bij de geneesmiddelenbereiding wordt bijvoorbeeld één deel geconcentreerd plantenaftreksel verdund met negen delen water. Het mengsel wordt vervolgens zodanig bewogen dat er andere krachten vrijkomen. Dit is een verdunning van 1 op 10, die wordt aangeduid met D1. Verdere verdunningen volgen. Hoe hoger het getal achter de D, hoe groter de verdunning en hoe sterker het geneesmiddel. Terwijl de werkzame stof verdwijnt, komt de vormkracht van mineraal, plant of dier vrij. Deze verbindt zich meer en meer met de vloeistof.

Toediening

Toediening van antroposofische medicijnen kan op drie manieren.

  1. In de vorm van druppels, korrels of tabletten via het spijsverteringskanaal is de meest vanzelfsprekende manier. Het geneesmiddel wordt gewoon via de stofwisseling door het lichaam opgenomen.
  2. Zalf en olie worden via de huid toegediend. Deze middelen werken vooral via het zenuwzintuigstelsel.
  3. De injectie van vloeistof is de meest directe toedieningsweg. Een injectie in de spieren (intramusculair) of in de bloedbaan (intraveneus) is nog directer dan de onderhuidse (subcutane) injectie.

Medicijn en ziekte

Een antroposofische arts vormt zich een beeld van de patiënt en de ziekte. Hij let op de processen die juist in déze mens gaande zijn: hoe is zijn fysieke gesteldheid? Met welke instelling staat hij in het leven? Hoe is zijn levensloop? Hoe verloopt de ziekte? Op welke wijze is het dynamische evenwicht dat gezondheid heet in de loop van de tijd verstoord geraakt? Deze intensieve aanpak speelt met name bij ernstige, chronische of steeds terugkerende aandoeningen.

Drieledig mensbeeld

Bij de beeldvorming van de patiënt kan de antroposofisch arts ook uitgaan van het drieledig mensbeeld. Rudolf Steiner onderscheidde in het menselijk organisme drie functionele systemen: het zenuwzintuigsysteem, het ritmisch systeem en het stofwisselingsledematensysteem. De systemen worden ook wel aangeduid met bovenpool, middengebied en onderpool. Bij ziekte is de balans tussen deze drie systemen verstoord.

LICHAAM Zenuwzintuigsysteem (bovenpool)
Basis van het denken
Plaats van het waakbewustzijn
ZIEL Ritmisch systeem (middengebied)
Basis van het voelen
Plaats van het droombewustzijn
GEEST Stofwisselingsledematensysteem (onderpool)
Basis van het willen
Plaats van het onderbewustzijn (slaapbewustzijn)

Principes bij behandeling

Bij het vaststellen van de behandeling spelen twee principes een rol.

  1. Het principe van het tegenovergestelde. De antroposofische arts behandelt hierbij een bepaald ziekteproces juist met het tegenovergestelde, bijvoorbeeld kou met warmte.
  2. Het principe van het ‘versterken’. Een te sterke werkzaamheid van de bovenpool kan bijvoorbeeld gepaard gaan met een verzwakte werking in het gebied van de onderpool. Een medicijn kan werkzaamheid ondersteunen van de te zwakke onderpool.

Het beeld dat de arts van de ziekte heeft opgebouwd, wijst in de richting van bepaalde geneesmiddelen. De arts kan daarbij kiezen uit een groot aantal antroposofische geneesmiddelen, die variëren in bereidingswijze, in vorm en in wijze van toediening. Zo zijn er bepaalde plantencombinaties of samenstellingen van mineralen die bepaalde functies (bijvoorbeeld spijsvertering) of organen (bijvoorbeeld de huid) of de gezonde evenwichten versterken.